Columns

Waar is de gemeenschap gebleven?

Sinds Gül, schuilnaam Roos, vijf jaar geleden door haar man werd vermoord op de stoep van het Blijf-van-mijn-lijf huis in Zaanstad, staat eerwraak hoog op de agenda. Getuige de vele reportages over slachtoffers, gebrek aan opvangplaatsen, en gebrekkige kennis bij politie en hulpverleners is het als kwestie niet meer weg te denken. En alle partijen, van links tot rechts, hebben op hun beurt geijverd voor een steviger aanpak van dit verwerpelijke fenomeen. Alle instanties zijn aangesproken. Er moesten meer opvangplaatsen komen, er was meer training nodig, slachtoffers moesten ten allen tijde beschermd worden.

En toch ontglipt ons iets. Kijk naar een recent geval als Suat, een meisje van bijna achttien dat op haar dertiende werd uitgehuwelijkt aan een man van 24. Het huwelijk was in de huiselijke sfeer door een imam voltrokken, en is niet geldig voor de Nederlandse wet. Maar het gebeurde wel.
 
Het huwelijk betekent voor Suat een leven van mishandeling, vernedering en verkrachting. En, niet te vergeten: hulpverlening; want Suat trekt wanhopig aan de bel op school en wordt zo een casus bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). De ouders beloven beterschap: ze staan hun dochter toe haar man te verlaten en weer thuis te komen wonen. De realiteit is anders: Suat woont nog altijd bij haar man.

Op school vertelt Suat niets meer over haar situatie, alles lijkt goed met haar, maar niets is minder waar. Ze wil nog altijd weg bij de man die haar mishandelt en verkracht, en ze vertelt dit nota bene aan de politie die bij haar op bezoek komt. Toch komt niemand haar weghalen.

En nu is het daarvoor te laat, want sinds maart 2009 is Suat niet meer in Nederland. In eerste instantie leek ze spoorloos verdwenen. Maar begin februari 2010 berichtte het ministerie van Justitie in schriftelijke antwoorden aan de Tweede Kamer dat er telefonisch contact was geweest met Suat. Ze zou in het buitenland zitten. Verder meldde minister Hirsch Ballin dat er geen sprake leek te zijn van eerwraak of een onvrijwillig vertrek. De vraag is echter in hoe vrijwillig dit telefonisch gesprek verliep. Maar dat kunnen we haar niet meer persoonlijk vragen. En de vader zit nog altijd droogjes in Den Haag.

Wat opvalt in de discussie over Suat en andere eerwraakslachtoffers is hoe het accent bijna volledig is komen te liggen op de falende instanties, de school, de hulpverleners en de politie. Zie de discussie over de gezinsmoord in Zierikzee. De discussie in de media ging al snel over welke instantie gefaald had. Welke maatregelen, van opname in inrichtingen tot aan elektronische enkelband, het drama had kunnen voorkomen. Maar de bron van het probleem, namelijk de familie en de gemeenschap, lijkt buiten beeld te zijn verdwenen. Niet uit onwil, maar omdat culturele factoren als de gemeenschap veel moeilijker te grijpen zijn. Wel hebben we grip op de cursussen die politie en hulpverleners moeten krijgen, of het gebrek aan opvangplaatsen voor meisjes of Bureau Jeugdzorg zich voldoende bewust is van de signalen van eergerelateerd geweld.

Vanzelfsprekend moeten instanties als politie en hulpverleners aangesproken worden bij inschattingsfouten en beter gefaciliteerd worden om hun werk te doen. Maar vóór we de gemeenschap volledig uit het oog verliezen, moeten we daar méér verantwoordelijkheid leggen. Want het grootste probleem bij eergerelateerd geweld is de sterke sociale druk. Elke dag kijken er in de Koerdische, Afghaanse, Marokkaanse of Irakese gemeenschap vele ogen mee. Waarbij ook veel vrouwen een sturende rol spelen met roddel en achterklap. Want elke vorm van twijfel, hoe onterecht ook, kan leiden tot druk om de eer te herstellen. Met alle gevolgen van dien. Maar de gemeenschap aanspreken is moeilijk te institutionaliseren en niet in protocollen te vatten. Toch is juist dat noodzakelijk. Van migrantenorganisaties mogen we eisen dat zij het probleem blijven agenderen. Het gebeurt, maar voor de buitenwacht nog te weinig. Discussies, filmvertoningen, spreekbeurten op scholen, in de wekelijkse preek in de moskee, kortom zonder debat duurt het te lang. Eerwraak wordt slechts eerloos als de mensen die het betreft dat zo gaan ervaren. Niet omdat er betere signaleringsprotocollen zijn, hoe nuttig ook.

Lees ook